Hyperscalers voelen als vrijheid.
Tot je ontdekt hoe pijnlijk uitstappen echt is.
Aan de voorkant is het verhaal aantrekkelijk.
Snelheid.
Schaal.
Functionaliteit.
Minder gedoe om iets werkend te krijgen.
Daarom voelt het ook logisch.
Je kiest wat vandaag het beste werkt.
Alleen daar zit precies de spanning.
Want hoe meer je toevoegt, hoe dieper alles in elkaar grijpt.
Dan gaat het niet meer alleen over technologie, maar ook over processen, integraties en de manier waarop je je omgeving hebt opgebouwd.
En dan verandert flexibiliteit langzaam in afhankelijkheid.
Niet omdat er iets direct mis is met hyperscalers.
Wel omdat uitstappen meestal pas serieus wordt overwogen als het al ingewikkeld, duur en pijnlijk is geworden.
Daarom is portabiliteit geen detail.
Het is de vraag of je later nog echt kunt bewegen als de context verandert.